Klein maar fijn gaat uit van thema’s die veel gebruikt worden in de voor- en vroegschoolse educatie, bij de peuters en kleuters.
Op de vraag ‘Hoe knap ben je’ wordt ingespeeld door kinderen al op 3-4 jarige leeftijd te laten ‘snuffelen’ aan onder andere de wereld van letters en cijfers. Daarna (5-6 jaar) volgt een verkenning die afwijkt van het gebruikelijke ontwikkelingspad: minder sturing, grotere denkstapjes, veel ruimte voor eigen inbreng en oplossingen. We noemen dit ‘stoeien’.
Daarnaast wordt rekening gehouden met de verschillende manieren waarop je knap kunt zijn:
‘Hoe (waarin) ben je knap?’ De kinderen worden op 4 manieren uitgedaagd:
- Letterstad: Taal en lezen
- Cijferrijk: Rekenen en wiskunde
- Doeland: Kijken, doen, bewegen
- Lijsterbos: Natuur en muziek
Bij de uitwerking van deze 4 hoofdlijnen in de thema’s wordt ingespeeld op de specifieke belangstelling van de kinderen zoals: andere culturen, prehistorie en astronomie.
De opbouw per thema
- Een vertelplaat, met aan de achterzijde een voorleesverhaal;
- Een map met toelichting voor de leidster/leraar en het werkmateriaal voor het kind;
- Een CD-rom, met daarop het voorleesverhaal, een lees-luisterverhaal voor het kind en een toelichting (in beeld, woord en/of geluid) op de opdrachten.
- 3 Extra sporen: ‘Grabbelton’, ‘Thuis verder’ en ‘Lezen en luisteren’; bedoeld voor verdere verdieping.
Mijn eigen leesboek
De centrale lijn in elk thema vormt ‘Letterstad’. De kinderen worden uitgedaagd op een eigen – niet methodische – wijze het geheim van het lezen te ontdekken. In de algemene handleiding worden daarvoor talrijke extra hulpmiddelen aangereikt die uiteindelijk gebundeld worden in een eigen leesboek.



