- Heeft graag muziek op de achtergrond.
- Zingt, fluit, neuriet vaak en graag.
- Bespeelt een instrument.
- Pakt snel melodietjes op en onthoudt ze.
- Sterk gevoel voor ritme, toonhoogte e.d.
Schets:
Leerlingen die opvallen door hun muzikaal-ritmisch talent kenmerken zich door het bij voorkeur gebruik maken van hun mogelijkheden om in, met en over muziek te denken. Deze kinderen hebben gevoel voor melodie, maat, ritme en patronen.Ze vinden het fijn om naar muziek te luisteren en om zelf muziek te maken op allerlei manieren: instrumenten bespelen, zingen, rappen, muziek lezen en ook op het gehoor spelen, liedjes en melodieën componeren. Er is een grote betrokkenheid op alles wat met muziek te maken heeft (informatie over zangers, componisten, instrumenten, orkesten). Muziek is er bijna altijd op de achtergrond of in de vorm van fluiten en neuriën. Ook de gevoeligheid voor allerlei andere geluiden – vogels, klokgelui uit de verte, het verkeer- maakt dat dit type kind zich voortdurend bewust is van de auditieve wereld om hem heen. Ook op andere terreinen werkt de muzikaliteit door: ritme in de taal (rijmen), ezelsbruggetjes om iets te onthouden, melodische accenten in mondeling taalgebruik (stembuigingen, klankkleur, intonatie, tempo). Op school is er vooral aandacht voor dit talent-accent bij de muzieklessen. Vaak echter zullen met name buitenschoolse activiteiten nodig zijn om de aanleg in voldoende mate recht te doen: muziekschool en /of -korps, koren, concerten, musicals en dergelijke.




